ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8842
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens onvoldoende onderbouwde objectafbakening en onjuiste ingangsdatum
Belanghebbende was eigenaar van een perceel met een woonhuis en drie recreatiewoningen. Na verkoop van het woonhuis vond een kadastrale splitsing plaats, waarna verweerder een nieuwe WOZ-beschikking uitgaf waarin twee recreatiewoningen werden samengevoegd. Belanghebbende betwistte deze samenvoeging en de waardevermeerdering van 400%, evenals de onjuiste ingangsdatum van de beschikking.
Het hof oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de samenvoeging van de recreatiewoningen op grond van artikel 19 van Pro de Wet waardering onroerende zaken kon plaatsvinden. De wijziging van de objectafbakening was onvoldoende onderbouwd en de oorspronkelijke afbakening bleef onjuist gewijzigd. Ook werd de onjuiste ingangsdatum van de beschikking geconstateerd, waarbij het computersysteem van verweerder dit gebrek niet kon rechtvaardigen.
Daarnaast werd de gehanteerde standaardwaarderingsmethode besproken, waarbij verweerder onvoldoende inzicht gaf in de toepassing ervan. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de beschikking van 21 juni 1999 vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten. De gemeente Bergen, als rechtsopvolger van verweerder, werd aangewezen om de kosten te voldoen.
Uitkomst: De WOZ-beschikking van 21 juni 1999 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en onjuiste ingangsdatum; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.