ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8211
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep tegen belastingaanslag en boete inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, woonachtig in Nederland in 1996 en werkzaam als market maker via zijn BV, diende de aangifte inkomstenbelasting 1996 niet tijdig in. De inspecteur legde een ambtshalve aanslag op van ƒ 250.000, die na bezwaar werd verlaagd tot ƒ 75.000. Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur geen rekening had gehouden met betaalde hypotheekrente en betwistte de hoogte van de boete en heffingsrente.
Het hof oordeelt dat belanghebbende niet tijdig aangifte heeft gedaan en dat geen omstandigheden zijn gesteld die dit rechtvaardigen. De inspecteur heeft het belastbare inkomen op redelijke gronden vastgesteld, mede gelet op eerdere inkomensgegevens, de leaseauto en hypotheeklasten. De stelling dat hypotheekrente niet is meegenomen acht het hof niet aannemelijk.
Ten aanzien van de heffingsrente en boete wijst het hof het beroep af omdat belanghebbende geen concrete gronden heeft aangevoerd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die leiden tot een veroordeling in proceskosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996, heffingsrente en boete wordt ongegrond verklaard.