ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8207
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium voor zelfstandigenaftrek bij praktijk paranormale geneeswijzen
Belanghebbende, werkzaam in paranormale geneeswijzen, voerde een praktijk vanuit haar woning en stelde dat zij in 1998 ten minste 1225 uur aan haar onderneming had besteed, waarmee zij aanspraak zou maken op zelfstandigenaftrek. Het geschil betrof de vraag of zij dit urencriterium had gehaald.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende geen administratie voerde waaruit omzet en kosten konden worden afgeleid en dat de urenverantwoording achteraf en globaal van aard was. De bruto-opbrengst per uur was zeer laag, waardoor het aantal werkelijk bestede uren aan behandelingen vermoedelijk lager was dan opgegeven. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het aantal cursusuren in 1998 zo hoog was als gesteld, mede omdat bewijsstukken ontbraken.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij het urencriterium van 1225 uur had behaald. Het beroep tegen de aanslag werd daarom ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard omdat niet aannemelijk is gemaakt dat zij ten minste 1225 uur aan haar onderneming heeft besteed.