ECLI:NL:GHAMS:2001:AD5866
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Koopoptie bij verhuur onderneming als zelfstandige bezitting voor vermogensbelasting
Het geschil betreft de vraag of een koopoptie, bedongen in een huurovereenkomst van een onderneming, moet worden beschouwd als een zelfstandige bezitting in de zin van de Wet op de vermogensbelasting 1964. Belanghebbende had de koopoptie niet als bezitting opgegeven, terwijl de inspecteur deze wel tot het vermogen rekende en aanslag vermogensbelasting oplegde.
De feiten betreffen een huurovereenkomst uit 1974 tussen wijlen senior en belanghebbende, waarin een koopoptie was opgenomen voor het winkelpand. Na overlijden van senior in 1985 werd het pand onderdeel van het privévermogen van de erfgenamen. Belanghebbende bracht de onderneming in een BV in en verhuurde het pand aan deze BV, zonder koopoptie daarin op te nemen.
Het Hof overweegt dat een koopoptie niet zonder meer aan te merken is als onderdeel van de huurovereenkomst, maar onder de gegeven omstandigheden als een zelfstandig, verhandelbaar recht moet worden gezien. De inspecteur heeft geen vertrouwen gewekt dat de koopoptie niet tot het vermogen zou worden gerekend. De waarde van de koopoptie wordt vastgesteld op basis van een taxatie en de bereidheid van de BV tot aankoop.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Het Hof acht geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de aanslag vermogensbelasting. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vermogensbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.