ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4830
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens onvoldoende bewijs tijdige aanmaning bij belastingverzuim
Belanghebbende was in verzuim met het tijdig indienen van zijn belastingaangiften over meerdere jaren. De inspecteur legde een boete op voor een derde verzuim in 1998, gebaseerd op eerdere verzuimen in 1994 en 1995. Belanghebbende betwistte het verzuim over 1994 omdat hij nooit een aanmaning had ontvangen en er geen boete was opgelegd voor dat jaar.
Het hof overwoog dat de inspecteur de bewijslast draagt om aan te tonen dat belanghebbende tijdig op de hoogte is gesteld van verzuimen. De enkele mededeling dat uit het computersysteem een aanmaning zou zijn verzonden, volstaat niet als bewijs dat de aanmaning daadwerkelijk is ontvangen. Omdat de aanslag over 1994 geen melding maakte van verzuim, concludeerde het hof dat er geen sprake was van een derde verzuim.
Voor 1995 stond het verzuim vast, en voor 1998 was sprake van een tweede verzuim. De boete werd daarom verminderd tot het bedrag dat hoort bij een tweede verzuim. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De boete voor het derde verzuim wordt vernietigd en verminderd tot een boete voor het tweede verzuim van ƒ 750.