ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4824
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling lagere waarde woning na onvoldoende onderbouwing waardering door gemeente
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de waardebeschikking van de gemeente waarin de waarde van haar woning per 1 januari 1992 werd vastgesteld op ƒ 240.000. De woning is een in 1999 gebouwde hoekwoning zonder garage, met een bruto vloeroppervlak van circa 107 m² en gelegen op een kavel van 216 m². Na bezwaar handhaafde de gemeente deze waarde.
Verweerder overlegde een taxatierapport waarin de woning werd getaxeerd op ƒ 210.000, gebaseerd op referentiewoningen met verschillen zoals aanwezigheid van garages en grootte van kavels. Belanghebbende stelde dat deze verschillen onvoldoende waren meegenomen en dat de waarde op 1 januari 2000 overeenkomt met ƒ 380.000, wat leidt tot een waarde van ƒ 160.000 per 1 januari 1992.
Het Hof oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd hoe rekening is gehouden met de verschillen tussen de woningen en de invloed daarvan op de waardebepaling. Ook is onvoldoende inzicht gegeven in de verschillen in bruto vloeroppervlak en kavelgrootte. Daarom stelt het Hof de waarde van de woning vast op ƒ 160.000, conform de conclusie van belanghebbende.
Daarnaast veroordeelt het Hof de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende, waarbij een redelijke vergoeding voor verlet- en reiskosten wordt toegekend. De uitspraak is gedaan op 21 september 2001 door het lid van de belastingkamer Van Loon.
Uitkomst: De waarde van de woning wordt vastgesteld op ƒ 160.000 en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.