ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3949
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beperking van aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud in buitenland na wetswijziging
Belanghebbende diende een aangifte inkomstenbelasting in over 1997 waarin hij een bedrag van ƒ 4.218 als buitengewone lasten opvoerde voor levensonderhoud van familieleden in het buitenland. Hij verzocht de inspecteur om een hoger bedrag van ƒ 10.000 in aanmerking te nemen, verwijzend naar een afspraak uit 1993 met de inspecteur. De inspecteur accepteerde slechts het lagere bedrag van ƒ 4.218.
Het geschil betrof de vraag of de afspraak uit 1993, waarbij een bedrag van ƒ 10.000 werd overeengekomen, ook na de wetswijziging per 1 januari 1997 nog van toepassing was. Uit bankafschriften bleek dat betalingen waren gedaan, maar niet dat deze door de vader van belanghebbende waren ontvangen, wat volgens het hof noodzakelijk was.
Het hof oordeelde dat de afspraak uit 1993 niet bedoeld kon zijn om in strijd met de gewijzigde wetgeving te gelden en dat de werking van deze afspraak naar redelijkheid en billijkheid beperkt moest worden tot de wettelijke norm vanaf 1997. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag met de lagere aftrek wordt gehandhaafd.