ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3948
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud moeder woonachtig in India
Belanghebbende heeft in 1997 zijn moeder uit India naar Nederland laten overkomen en haar in zijn huishouden opgenomen. Hij bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting kosten voor haar levensonderhoud als buitengewone lasten in aftrek, waaronder premies voor verzekeringen en leges voor een verblijfsvergunning. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat betalingen niet direct aan de moeder zouden zijn gedaan en sommige uitgaven niet schriftelijk waren aangetoond.
Het hof oordeelt dat betalingen door belanghebbende aan derden op naam van zijn moeder wel degelijk aftrekbare uitgaven in geld zijn, mits aantoonbaar met schriftelijke stukken. De parlementaire geschiedenis bevestigt dat de wetgever dit zo heeft bedoeld om fraude te voorkomen. De inspecteur mocht daarom de premies en leges niet weigeren als aftrekposten.
Wel werd geoordeeld dat de kosten van een bril niet aftrekbaar waren omdat de betaling in 1998 plaatsvond en dat overige ongespecificeerde uitgaven niet met schriftelijke bescheiden waren aangetoond. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde de aanslag lager vast en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag werd verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.