ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3644
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing uitsmeerregeling en rentevrijstelling bij nabetaling WAO en ziektewet
Belanghebbende ontving in 1999 nabetalingen WAO en ziektewet met samengestelde rente over meerdere jaren. Hij voerde aan dat de uitsmeerregeling toegepast moest worden om de rente over de jaren te spreiden en dat de rentevrijstelling van ƒ 2.000 per jaar cumulatief toegepast moest worden.
De inspecteur wees dit af en legde de aanslag op basis van het volledige rente-inkomen in 1999 met éénmalige rentevrijstelling. Het hof oordeelde dat het recht op rente pas bij de nabetaling in 1999 is ontstaan, zodat geen sprake is van aanlooptermijnen waarop de uitsmeerregeling van toepassing zou zijn. De rentevrijstelling kan slechts eenmaal worden toegepast, ook bij cumulatie over meerdere jaren.
Verder stelde belanghebbende dat hierdoor sprake was van rechtsongelijkheid. Het hof verwierp dit omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor een uitvoerbare regeling waarbij belasting wordt geheven over het in het jaar ontvangen inkomen. Ook de schending van de hoorplicht werd door het hof niet als grond voor gegrondverklaring van het beroep aangenomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werden geen proceskosten aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de uitsmeerregeling niet van toepassing is op de rentebetalingen en dat slechts éénmaal de rentevrijstelling geldt.