ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3584
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Van Loon
- Holdert
- Rechtspraak.nl
Pleegkind gelijkgesteld met kind tweede echtgenote pleegvader voor successierecht
Belanghebbende, een pleegkind, was in geschil met de Belastingdienst over de toepassing van het successietarief. De Belastingdienst had de verkrijging belast tegen het tarief voor niet-verwanten, terwijl belanghebbende stelde dat zij als pleegkind gelijkgesteld moest worden met een kind van de tweede echtgenote van haar pleegvader.
Het hof stelde vast dat belanghebbende door haar oom als pleegvader was opgevoed, maar dat diens tweede echtgenote niet aan de onderhouds- en opvoedeisen van artikel 19, tweede lid, Successiewet 1956 voldeed. De kernvraag was of het pleegkind ook ten opzichte van deze tweede echtgenote als kind in familierechtelijke betrekking stond.
Het hof oordeelde dat de wetsteksten en de memorie van toelichting geen inhoudelijke beperking met zich meebrachten dat de gelijkstelling van pleegkinderen slechts gold ten opzichte van de pleegouder zelf. De gelijkstelling strekte zich ook uit tot de tweede echtgenote en diens bloedverwanten, zodat het pleegkind gelijk moest worden behandeld als een wettig kind van die echtgenote.
Gelet hierop werd de aanslag successierecht verminderd van f 178.153 tot f 43.975, en werd de uitspraak van de Belastingdienst vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag successierecht is verminderd tot het tarief voor kinderen, omdat het pleegkind ook ten opzichte van de tweede echtgenote van de pleegvader als kind in familierechtelijke betrekking staat.