ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2645
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Goes
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verkoop aandelen met winstreserves en fiscale kwalificatie
Belanghebbende, enig aandeelhouder van D BV, verkocht in 1994 de helft van zijn aandelen aan F BV. De verkoopprijs kwam overeen met de helft van het eigen vermogen, inclusief aanzienlijke winstreserves. Kort na de verkoop keerde D BV dividend uit aan F BV, waarmee de koopsom werd voldaan.
Belanghebbende stelde dat de opbrengst als winst uit aanmerkelijk belang tegen 20% moest worden belast, omdat een duurzame samenwerking met F BV werd beoogd en F BV ook zou kunnen hebben gefinancierd met een banklening. De inspecteur kwalificeerde de opbrengst als inkomsten uit vermogen tegen 45%, omdat belanghebbende het economische belang nagenoeg geheel behield en belastingverijdeling aan de orde was.
Het hof concludeerde dat de verkoop feitelijk een toekenning van winstreserves aan belanghebbende betrof, waarbij het belang in D BV nagenoeg geheel behouden bleef. De gestelde samenwerking en financieringsmogelijkheden werden onvoldoende onderbouwd. Daarom is de opbrengst terecht als inkomsten uit vermogen belast tegen het hogere tarief.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De opbrengst uit de verkoop van aandelen in D BV wordt belast als inkomsten uit vermogen tegen het bijzondere tarief van 45%.