ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2931
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Reiskostenforfait toepassing ondanks zomeronderbreking bij repetities
Belanghebbende, een douaneambtenaar en lid van een harmonie, reisde in 1995 44 keer van zijn woonplaats naar de repetities en uitvoeringen in een andere plaats. De vraag was of het reiskostenforfait terecht werd toegepast, ondanks een onderbreking van vier weken in de zomer zonder repetities.
Het hof oordeelde dat het vaste reispatroon voldeed aan de voorwaarden voor het reiskostenforfait en dat de zomeronderbreking als verlof moest worden beschouwd, waardoor geen sprake was van een lange onderbreking volgens de relevante Mededeling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare gevallen onder andere belastingeenheden vielen en geen landelijk beleid was vastgesteld.
De stelling dat de inspecteur een naheffingsaanslag moest opleggen werd verworpen. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van het reiskostenforfait wordt ongegrond verklaard.