ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2713
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Faase
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid afkoopsom alimentatie bij echtscheiding en belastingplicht
Belanghebbende was sinds 1983 gehuwd in gemeenschap van goederen en diende in januari 1997 samen met zijn echtgenote een verzoek tot echtscheiding in. Tijdens de verhuizing naar het Verre Oosten werd besloten het huwelijk te beëindigen. De alimentatie werd in onderling overleg vastgesteld op f.4.000 per maand, met een afkoopsom van f.240.000 voor vijf jaar. Deze afkoopsom werd gefinancierd via een vennootschap van een bevriende directeur/aandeelhouder.
De inspecteur weigerde de aftrek van de afkoopsom in verband met het tijdstip van betaling en het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst vóór het einde van de binnenlandse belastingplicht. Het hof stelde vast dat er vóór 5 maart 1997 een mondelinge overeenkomst was gesloten en dat de betaling in de zin van de wet vóór het einde van de belastingplicht had plaatsgevonden, ondanks dat de schriftelijke overeenkomsten pas in april 1997 werden opgesteld.
Het hof concludeerde dat de schuld van belanghebbende jegens zijn ex-echtgenote was overgenomen door de vennootschap met instemming van beide partijen, waardoor de afkoopsom als betaald kon worden beschouwd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het verlies van 1997 werd vastgesteld op f.240.000.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en stelt het verlies van 1997 vast op f.240.000, waarbij de afkoopsom alimentatie als betaald wordt erkend.