ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2172
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrek levensonderhoud verwanten in buitenland
Belanghebbende droeg jarenlang bij in het levensonderhoud van zijn vader, moeder en zwager in het buitenland, waarbij deze kosten door de Belastingdienst als buitengewone lasten werden erkend. Voor het jaar 1997 werd een bedrag van ƒ 11.100 opgegeven als bijdragen, waarvan ƒ 9.662 werd afgetrokken in de aangifte. De inspecteur accepteerde deze aftrek niet wegens het ontbreken van schriftelijke bewijsstukken en stelde het belastbaar inkomen hoger vast.
Belanghebbende overhandigde verklaringen van de betrokken verwanten en een getuige die bevestigden dat de bijdragen daadwerkelijk waren ontvangen, alsmede een verklaring van een directeur van een luchtvaartmaatschappij die bevestigde dat geldbedragen via bemanningsleden werden overgebracht. De inspecteur betwistte niet dat de bedragen waren uitgegeven, maar vond de bewijsstukken onvoldoende.
Het Hof oordeelde dat de schriftelijke bewijsstukken niet beperkt zijn tot bankafschriften en internationale postwissels, maar ook andere controleerbare documenten kunnen omvatten. De verklaringen werden als voldoende bewijs erkend voor een bedrag van ƒ 7.900. De kosten van bezoeken aan Nederland werden niet als buitengewone lasten aangemerkt. Het belastbaar inkomen werd dienovereenkomstig verminderd tot ƒ 54.668.
Daarnaast veroordeelde het Hof de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en beperkte proceskosten. De uitspraak werd op 20 april 2001 gedaan door het lid van de belastingkamer Van Loon.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 54.668.