ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2170
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schaap
- Onnes
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Overdracht onderneming aan mede-vennoot en fiscale gevolgen van lijfrentebeding
Belanghebbende was vennoot in een vennootschap onder firma (vof) die een café-restaurant exploiteerde. Door teruglopende omzet en verslechterde verhoudingen ontstond een impasse, waarna belanghebbende zijn aandeel in de vof inbracht in een besloten vennootschap (Horeca BV), die het aandeel twee dagen later overdroeg aan de mede-vennoot.
De kern van het geschil was of deze overdracht kwalificeerde als overdracht van een onderneming of gedeelte daarvan, wat fiscale gevolgen had voor de aftrekbaarheid van een lijfrentebeding. Het hof achtte op basis van brieven en overeenkomsten aannemelijk dat de overdracht aan de mede-vennoot vooraf was overeengekomen, waardoor geen sprake was van een overdracht in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting.
Ook deed het feit dat Horeca BV kort na de overdracht andere horeca-activiteiten begon en dat de overdracht aan de mede-vennoot plaatsvond, geen afbreuk aan deze conclusie. Het hof verwierp het beroep op een reëel geval zoals bedoeld door de staatssecretaris, omdat de situatie niet overeenkwam met de voorbeelden daarvan.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en hij werd niet in de proceskosten veroordeeld. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de lijfrenteaftrek wegens vooraf overeengekomen overdracht.