ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2044
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Vrouwenvelder
- Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM en omzetbelasting wegens onterecht opleggen zonder herstelmogelijkheid
Belanghebbende, een Nederlandse ingezetene en mede-exploitant van een coffeeshop, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM en omzetbelasting na het gebruik van een in Duitsland geregistreerde auto op de Nederlandse weg. De auto was in beslag genomen na een snelheidsovertreding en later door de Duitse eigenaar teruggehaald.
Het geschil betrof de vraag of het onmiddellijk opleggen van de naheffingsaanslag in overeenstemming was met het door de Belastingdienst gevoerde waarschuwingsbeleid en of de levering van de auto aan belanghebbende had plaatsgevonden. Het Hof oordeelde dat de inspecteur de BPM-aanslag niet had mogen opleggen zonder belanghebbende eerst de mogelijkheid te bieden de auto buiten Nederland te brengen. Omdat de auto inmiddels buiten Nederland was gebracht, was het beroep gegrond.
Daarnaast stelde het Hof vast dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat er een levering van de auto had plaatsgevonden, wat noodzakelijk is voor de heffing van omzetbelasting bij intracommunautaire verwerving. Belanghebbende had voldoende feiten aangevoerd waaruit bleek dat de beschikkingsmacht over de auto niet aan hem was overgedragen. De naheffingsaanslag was daarom ook ten onrechte opgelegd voor de omzetbelasting.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende werd vergoed. De uitspraak van de inspecteur en de naheffingsaanslag werden vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en omzetbelasting wordt vernietigd omdat de inspecteur niet eerst herstel heeft geboden en onvoldoende bewijs leverde voor levering.