ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1851
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek voorbelasting over telefoonkostenvergoedingen aan werknemers
Belanghebbende, een ondernemer, vergoedt haar werknemers op declaratiebasis telefoonkosten die op naam van de werknemer staan. Het geschil betreft de vraag of deze vergoedingen recht geven op aftrek van voorbelasting volgens artikel 15 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het hof stelt vast dat de telecommunicatiediensten zijn afgesloten tussen de werknemer en de telecommunicatiemaatschappij, zonder dat er een rechtsbetrekking tussen de ondernemer en de maatschappij bestaat. De facturen zijn aan de werknemer gericht en niet aan belanghebbende, en de werknemer heeft de overeenkomst vermoedelijk niet voor de onderneming gesloten.
Belanghebbende voerde aan dat de werknemers als orgaan van de onderneming handelen, maar het hof acht dit niet aannemelijk. Ook het beroep op het arrest van het Hof van Justitie van 1988 faalt, omdat de situatie niet vergelijkbaar is.
Het hof concludeert dat de diensten niet rechtstreeks ten behoeve van de ondernemer zijn verricht en dat de beperking van de aftrek niet in strijd is met het stelsel van de omzetbelasting. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en er bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting over de telefoonkostenvergoedingen.