ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1848
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mrs. Bijl
- mrs. Vrouwenvelder
- mrs. Rijkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen en landbouwvrijstelling bij verkoop landbouwgrond
Belanghebbende, actief in veehandel en veehouderij, kocht in 1980 circa 10 hectare landbouwgrond die hij tot 1996 tot zijn ondernemingsvermogen rekende. Het land werd gebruikt voor het houden van vee en het genereren van baten uit verhuur, verkoop van gras en hooi. Vanaf 1989 werd het land verhuurd aan een derde.
De inspecteur stelde dat het land niet tot het ondernemingsvermogen behoorde en dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was op de waardestijging bij verkoop. Het hof oordeelde dat belanghebbende zich bedrijfsmatig bezighield met veehandel en dat het land redelijkerwijs tot het ondernemingsvermogen kon worden gerekend. Ook na 1989 bleef het land ondernemingsvermogen, ondanks verhuur.
De landbouwvrijstelling werd verworpen omdat de waardestijging na 1989 niet voortkwam uit een landbouwbedrijf in de zin van de Wet. Belanghebbende kon onvoldoende aantonen dat het land steeds in het kader van een landbouwbedrijf werd geëxploiteerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.