ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1743
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Van Ballegooijen
- Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Fiscale aftrek rente en deelnemingsvrijstelling bij buitenlandse dochtervennootschap
Belanghebbende, een Nederlandse BV die een fiscale eenheid vormt met haar dochtermaatschappijen, richtte in 1997 J BV op, een vennootschap feitelijk gevestigd op de Nederlandse Antillen. Het kapitaal van J BV werd deels contant gestort en deels door inbreng van een vordering op G BV, een dochter binnen de fiscale eenheid. G BV betaalde rente op deze vordering, welke rente belanghebbende in aftrek bracht op haar fiscale winst.
Het geschil betrof de vraag of deze rente aftrekbaar was en of de deelnemingsvrijstelling van toepassing was op het dividend dat belanghebbende van J BV ontving. Het hof oordeelde dat vanwege de fiscale eenheid de vordering op G BV en de corresponderende schuld niet op de geconsolideerde balans voorkomen, waardoor belanghebbende het bedrag feitelijk schuldig bleef en renteaftrek niet mogelijk was.
Daarnaast stelde het hof vast dat J BV, hoewel feitelijk gevestigd op de Nederlandse Antillen, naar Nederlands recht is opgericht en daarom voor de wet als in Nederland gevestigd wordt beschouwd. Hierdoor is de deelnemingsvrijstelling van toepassing op het ontvangen dividend. Het beroep van de inspecteur op fraus legis werd verworpen omdat de wetgever niet beoogde de deelnemingsvrijstelling te beperken in dit geval.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het verrekenbare verlies vast en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Renteaftrek wordt afgewezen, deelnemingsvrijstelling wordt wel toegepast op dividend van buitenlandse BV.