ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1460
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Goes
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor aftrek levensonderhoud naaste verwanten via reisbureaubetalingen
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en afkomstig uit Kosovo, stelde dat hij in 1998 zijn vader en broer financieel ondersteunde met Duitse marken via betalingen aan een reisbureau met filialen in Kosovo. Hij overhandigde kwitanties en facturen als bewijs, evenals een onderhoudsverklaring van de burgemeester van de woonplaats van zijn vader.
De inspecteur betwistte dat deze bescheiden voldoende schriftelijk bewijs vormen dat de betalingen daadwerkelijk ten goede kwamen aan de ondersteunden, mede omdat ook andere familieleden bij belanghebbende in Nederland woonden en een deel van het geld mogelijk voor reiskosten werd gebruikt.
Het hof oordeelde dat de overgelegde kwitanties en facturen onvoldoende aantonen dat het geld daadwerkelijk is doorbetaald aan de vader en broer. De verklaring van de burgemeester en de telefonische bevestiging van ontvangst door de broer waren niet voldoende bewijs. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aftrek van de uitgaven geweigerd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke ondersteuning.