ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1012
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziene WOZ-beschikking wegens ontbreken ingangsdatum
Belanghebbende had bezwaar tegen de herziene WOZ-beschikking van 30 november 1999, waarin de waarde van zijn woning was aangepast na een verbouwing. Hij stelde dat zijn twee garages, die eerder afzonderlijk waren gewaardeerd, onderdeel moesten uitmaken van de WOZ-beschikking omdat zij een samenstel vormden met de woning. Het hof oordeelde dat de garages op een andere locatie liggen, gescheiden door wegen en bebouwing, en dat er geen sprake is van een samenstel zoals bedoeld in de Wet WOZ.
Daarnaast stelde belanghebbende terecht dat de herziene WOZ-beschikking geen ingangsdatum vermeldde, wat volgens het hof onjuist is. Hoewel de wet voorschrijft dat de beschikking ingang vindt op 1 januari volgend op het jaar van gereedmelding, is het van belang dat deze datum expliciet wordt vermeld voor duidelijkheid richting andere bestuursorganen.
Het hof vernietigde daarom de beschikking van 30 november 1999, bevestigde dat de oude beschikking met de garages in stand blijft, en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 20 maart 2001.
Uitkomst: De herziene WOZ-beschikking van 30 november 1999 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een ingangsdatum.