ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1001
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toepasselijkheid van artikel 64 Wet IB 1964 op IOAW-uitkering
Belanghebbende, geboren in 1934, ontving in 1998 een IOAW-uitkering en vanaf juli 1998 een WAO-uitkering. Hij stelde dat op de IOAW-uitkering het bijstandstarief van toepassing was, waardoor volgens hem artikel 64 Wet Pro IB 1964 de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting voor dat jaar zou moeten verhinderen.
De inspecteur betwistte dit en stelde dat de IOAW-uitkering niet valt onder de Algemene bijstandswet en dat artikel 19 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 niet op deze uitkering van toepassing is. Het Hof bevestigde dat de IOAW-uitkering niet als een bijstandsuitkering kan worden aangemerkt en dat artikel 64 Wet Pro IB 1964 daarom niet van toepassing is.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanslag terecht is vastgesteld. Er werden geen bijzondere omstandigheden gevonden die aanleiding geven tot het opleggen van proceskosten aan een van de partijen. De uitspraak werd gedaan op 15 maart 2001 door mr. Goes, lid van de belastingkamer.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1998 is terecht vastgesteld omdat de IOAW-uitkering niet onder artikel 64 Wet IB 1964 valt.