ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0968
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Vrouwenvelder
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1997 na beëindiging raamprostitutieactiviteiten
Belanghebbende exploiteerde vanaf 1995 kamers voor raamprostitutie en beëindigde de activiteiten na de arrestatie van de directeur/aandeelhouder eind 1997. De inspecteur stelde de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1997 vast op een belastbaar bedrag van 500.000 gulden, gebaseerd op een theoretische omzetberekening in overleg met gemeentelijke instanties.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de voorlopige aanslag en stelde dat deze te hoog was vanwege teruggenomen exploitatierechten, maar heeft geen concrete cijfermatige onderbouwing of aangifte over 1997 ingediend. Het hof oordeelt dat de inspecteur op grond van het onderzoek en de gegevens over 1995 tot en met 1997 redelijk heeft gehandeld bij het opleggen van de voorlopige aanslag.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarbij het hof geen aanleiding ziet tot vermindering van de aanslag. Tevens wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is op 26 februari 2001 mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1997.