ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0776
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van Loon
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek niet in rekening gebrachte rente bij lening tussen verbonden vennootschappen
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, had tot 15 maart 1996 een Engelse moeder- en grootmoedervennootschap. De grootmoedermaatschappij verstrekte leningen met een rente van 12,5%, maar bracht vanaf 1990 tot en met 1994/1995 geen rente in rekening. Vanaf het boekjaar 1992/1993 boekte belanghebbende geen rentelasten meer ten laste van haar fiscale winst. In 1995 werd een deel van de lening afgelost en in 1996 werden de aandelen en vorderingen overgenomen door een Nederlandse naamloze vennootschap, waarbij de rentevordering niet werd overgenomen.
Belanghebbende bracht in de aangifte over 1995/1996 de niet in rekening gebrachte rente van circa f.12,4 miljoen ten laste van het resultaat, maar de inspecteur weigerde deze aftrek. Het hof oordeelde dat het vermogen van belanghebbende aanzienlijk negatief was en dat zij jarenlang verlies leed, waardoor een zakelijk handelende schuldeiser zoals Plc kon afzien van rente. Belanghebbende kon niet overtuigend aantonen dat het afzien van rente voortkwam uit de aandeelhoudersrelatie.
Het hof stelde vast dat de lening niet was achtergesteld en dat er geen afspraken waren gemaakt over het niet in rekening brengen van rente. De financiële situatie van belanghebbende was dermate slecht dat het niet in rekening brengen van rente zakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de niet in rekening gebrachte rente wordt niet in aftrek toegelaten.