ECLI:NL:GHAMS:2001:AA9758
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar en onterecht opgelegde aanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 1993, opgelegd naar een geschat belastbaar inkomen van ƒ 50.000. De inspecteur stelde dat belanghebbende niet tijdig en onvoldoende gemotiveerd bezwaar had gemaakt, en dat de verzwaarde bewijslast van toepassing was vanwege het niet indienen van aangifte. Belanghebbende voerde aan dat hij niet op het adres stond ingeschreven waar de aanslag en aangiftebiljetten werden verzonden, en dat hij pas laat kennis nam van de aanslag.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk is in zijn bezwaar omdat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende het aanslagbiljet tijdig had ontvangen, en het bezwaarschrift voldoende gemotiveerd was. Tevens was niet gebleken dat belanghebbende verplicht was aangifte te doen, omdat hij niet was uitgenodigd conform de wettelijke vereisten. De inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd dat belanghebbende een belastbaar inkomen van ƒ 50.000 had genoten in 1993.
Daarom vernietigde het Hof de aanslag en de uitspraak van de inspecteur, en gelastte de Staat het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De stellingen over inbeslagname van bewijsstukken en het niet horen van belanghebbende behoefden geen verdere behandeling. Het Hof wees ook op de beperkte bevoegdheid van de belastingrechter ten aanzien van andere vorderingen.
De uitspraak werd gedaan op 12 januari 2001 door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de griffier aanwezig was. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof verklaart belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar, vernietigt de aanslag en de uitspraak van de inspecteur.