ECLI:NL:GHAMS:2001:AA9489
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Schaap
- J. Kwantes
- J. van Loon
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van bestemmingswijziging en waardering landbouwgrond na staking tuinbouwbedrijf
Belanghebbende, een landbouwer, bracht bij staking van zijn tuinbouwbedrijf in 1991 een perceel grond over naar zijn privévermogen. De inspecteur stelde dat hierdoor sprake was van een belaste bestemmingswijziging met een waardestijging van ƒ 570.000, gebaseerd op een hogere waarde in het economische verkeer (WEV) dan de waarde bij voortgezette agrarische bestemming (WEVAB).
Het Hof oordeelde dat het perceel feitelijk niet langer voor landbouw werd gebruikt en dat dit een bestemmingswijziging oplevert in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Echter, de waardeverandering door de mogelijke aanwending als handelskwekerij valt binnen de landbouwvrijstelling omdat een handelskwekerij als landbouwbedrijf wordt aangemerkt volgens artikel 8, lid 3 van de Wet.
De inspecteur kon onvoldoende aannemelijk maken dat er een waardeverandering was die verband hield met de bestemmingswijziging buiten de landbouwvrijstelling. Ook werd de heffingsrente ten onrechte over een te lange periode berekend. Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 883.458 en de heffingsrente tot ƒ 9.251, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslag en heffingsrente worden verminderd omdat de waardeverandering binnen de landbouwvrijstelling valt.