ECLI:NL:GHAMS:2000:AD9088
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Asperen
- Verspyck Mijnssen
- De Winter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens poging afpersing en medeplichtigheid aan poging diefstal met geweld
Verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten waaronder poging tot afpersing, medeplichtigheid aan poging tot diefstal met braak en geweld, en medeplegen van poging tot misdrijf door het verschaffen van middelen en inlichtingen. De feiten betroffen onder meer een poging tot overval met een vuurwapen, een inbraak met bedreiging van een politie-inspecteur en het verschaffen van informatie die leidde tot een poging tot inbraak.
In hoger beroep werd het verweer van nietigheid van de dagvaarding verworpen en werd vastgesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks onvolledige informatie over de tip die tot de aanhouding leidde. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Het hof achtte wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan poging tot afpersing, medeplichtigheid aan poging tot diefstal met geweld en medeplegen van poging tot misdrijf door het verschaffen van middelen en inlichtingen. Gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het reclasseringsrapport, legde het hof een gevangenisstraf van vier jaar op, waarbij de voorarresttijd in mindering werd gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot afpersing, medeplichtigheid aan poging tot diefstal met geweld en medeplegen van poging tot misdrijf.