ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9329
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over koffiegeldvergoeding aan werknemers afgewezen op basis van onvoldoende bewijs extra kosten
Belanghebbende, een onderneming actief in de verkoop en montage van mobiele panelen, betaalde aan twee werknemers een zogenaamde koffiegeldvergoeding van ƒ 1,30 per werkdag. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op over de periode 1994-1997, waarin deze vergoeding werd belast. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de vergoeding onbelast mocht worden verstrekt, mede op grond van het vertrouwensbeginsel.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de werknemers extra kosten hadden doordat zij voor koffie, thee of frisdrank tijdens het werk waren aangewezen op een café of restaurant. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat alleen ambulante werknemers, die vanwege hun werkzaamheden aangewezen zijn op dergelijke voorzieningen, recht hebben op een onbelaste vergoeding. Het Hof liet in het midden of de werknemers ambulant waren, maar vond dat het bewijs ontbrak voor extra kosten.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de Handleiding loonbelasting/premieheffing slechts algemene uitleg geeft en geen specifieke toezeggingen bevat. Bovendien was de vergoeding gebaseerd op de CAO en niet op de Handleiding. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 6 oktober 2000 door mr. Van Loon.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.