ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9103
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling bedrijfspand voor successierecht bij verhuurde staat
De zaak betreft een geschil over de waardebepaling van een bedrijfspand dat deel uitmaakt van een nalatenschap voor het recht van successie. De erflater had het pand verhuurd aan zijn eigen BV tegen een zakelijke huurprijs van ƒ 144.000 per jaar. De erfgenamen stelden de waarde van het pand in verhuurde staat op ƒ 980.000, terwijl de inspecteur een hogere waarde van ƒ 1.325.000 hanteerde.
Het Hof stelde vast dat het pand ten tijde van het overlijden was verhuurd voor een periode van vijf jaar en dat de huurprijs zakelijk was bepaald. Er waren geen aanwijzingen dat de huur voortijdig zou worden beëindigd. Daarom moest de waardering uitgaan van de waarde in verhuurde staat, gebaseerd op de overeengekomen huurprijs.
Het Hof verwierp het lagere taxatierapport van de makelaar dat uitging van een waarde van ƒ 980.000, omdat deze waarde onverklaard lager was dan de vrije verkoopwaarde en het pand zakelijk was verhuurd. Ook achtte het Hof de waarde die erfgenamen onderling hadden gehanteerd niet bindend voor de successiewaardering. Het Hof volgde de inspecteur en stelde de waarde in verhuurde staat vast op ƒ 1.325.000. Het beroep van de erfgenamen werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen wordt ongegrond verklaard en de hogere waardering van het pand in verhuurde staat van ƒ 1.325.000 bevestigd.