ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8666
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Hof bepaalt dat inkomsten piramidespel toekomen aan echtgenote, niet aan belanghebbende
Belanghebbende was in 1996 werkzaam in loondienst en deed aangifte van een belastbaar inkomen van f 45.317,-. Hij en zijn echtgenote namen deel aan een piramidespel van AAA, dat later failliet ging. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op gebaseerd op een hoger belastbaar inkomen, omdat hij aannam dat belanghebbende zelf voordeel had genoten uit het piramidespel.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat niet hij, maar zijn echtgenote de feitelijke deelnemer was die de activiteiten verrichtte en dat het voordeel daarom aan haar toekwam. Het hof nam de verklaringen van de echtgenote en de constateringen van de curator over de administratie van AAA mee in de beoordeling.
Het hof oordeelde dat de echtgenote actief andere deelnemers had geworven en daardoor buiten de privésfeer trad, waardoor haar inkomsten als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt. De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot het oorspronkelijke aangegeven inkomen van belanghebbende, met indeling in een lagere tariefgroep.
De stelling dat de inspecteur onrechtmatig had gehandeld bij het verkrijgen van informatie werd verworpen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd op 30 oktober 2000 door het hof uitgesproken.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en het voordeel toegerekend aan de echtgenote van belanghebbende.