ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8427
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Juridische opinie over strafrechtelijke kwalificatie en jurisdictie rond de Decembermoorden in Suriname 1982
In deze uitgebreide juridische opinie analyseert C.J.R. Dugard de Decembermoorden die plaatsvonden in Paramaribo, Suriname, op 8 en 9 december 1982. Vijftien prominente personen werden gearresteerd, gefolterd en geëxecuteerd onder bevel van luitenant-kolonel D.D. Bouterse. Er was geen sprake van een gewapend conflict in Suriname ten tijde van de gebeurtenissen.
De opinie onderzoekt of de daden kwalificeren als oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of foltering volgens het internationaal gewoonterecht van 1982. Het oordeel is dat de daden geen oorlogsmisdrijven zijn vanwege het ontbreken van een gewapend conflict, maar waarschijnlijk wel misdrijven tegen de menselijkheid en foltering, gezien de systematische aard, de betrokkenheid van staatsactoren en de doelgerichte onderdrukking van politieke tegenstanders.
Verder wordt ingegaan op de vraag of deze misdrijven onderhevig zijn aan verjaring, waarbij wordt geconcludeerd dat misdrijven tegen de menselijkheid en foltering imprescriptibel zijn volgens het internationaal recht. De opinie bespreekt ook de mogelijkheid van universele jurisdictie, waarbij staten bevoegd zijn om deze misdrijven te vervolgen ongeacht nationaliteit of territoriale band, mits de verdachte zich op hun grondgebied bevindt.
Ten slotte wordt de Nederlandse nationale wetgeving besproken, waarbij wordt vastgesteld dat de Wet Oorlogsstrafrecht uit 1952 misdrijven tegen de menselijkheid beperkt tot oorlogssituaties, waardoor vervolging op die grond moeilijk is. De Uitvoeringswet Folteringsverdrag van 1988 biedt wel universele jurisdictie voor foltering, maar de toepassing op feiten van vóór 1989 is juridisch complex en vereist interpretatie door Nederlandse rechters.
De opinie benadrukt dat hoewel er een sterke juridische basis is voor vervolging van Bouterse in Nederland, praktische en juridische obstakels bestaan, waaronder zijn afwezigheid uit Nederland en de vraag naar retroactieve toepassing van wetgeving.
Uitkomst: De Decembermoorden kwalificeren als misdrijven tegen de menselijkheid en foltering onder internationaal recht, met imprescriptibele aard en universele jurisdictie, maar vervolging in Nederland is juridisch complex en praktisch beperkt.