ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8205
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag onroerendezaakbelasting over WOZ-waarde woning
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvoor voor het jaar 1997 een aanslag onroerendezaakbelasting is opgelegd op basis van een vastgestelde WOZ-waarde van 378.000 gulden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat de waarde van de woning op 224.000 gulden moest worden vastgesteld. Het bezwaar werd ontvankelijk verklaard maar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde tegen deze beslissing.
Verweerder stelde primair dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de waarde van de woning niet aan de orde kan komen in een beroepsprocedure tegen een aanslag onroerendezaakbelasting. Subsidiair betwistte verweerder de gegrondheid van het beroep. Het hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in zijn beroep, maar dat het beroep ongegrond was omdat de waarde van de woning uitsluitend in een procedure inzake de WOZ-beschikking kan worden betwist.
Het hof benadrukte dat de bezwaarfase bedoeld is om de grieven van de belastingplichtige in beeld te krijgen en het bestuursorgaan de gelegenheid te bieden de aanslag te herzien. Indien op grond van artikel 220c van de Gemeentewet de waarde niet kan worden betwist in de bezwaar- en beroepsprocedure tegen de aanslag, dient het bezwaar ongegrond te worden verklaard en niet niet-ontvankelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag onroerendezaakbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.