ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8203
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten echtgenote als beroepskosten bij conferentiereizen
Belanghebbende, president-directeur van een grote BV, bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 1996 kosten van ƒ 8.466 in aftrek die zijn echtgenote maakte tijdens conferentiereizen die hij uit hoofde van zijn functie bezocht. De inspecteur wees deze aftrek af en stelde dat deze kosten tot de persoonlijke levenssfeer behoren.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren voor de vervulling van zijn dienstbetrekking. De aanwezigheid van de echtgenote bij conferenties en informele gesprekken werd niet als zakelijk aangemerkt, ook al voerde belanghebbende aan dat haar aanwezigheid een positieve uitstraling had en dat zij actief was in relevante netwerken.
De inspecteur betoogde dat de kosten persoonlijke uitgaven zijn en dat, indien aftrekbaar, de wettelijke maxima en regels omtrent representatiekosten van toepassing zijn. Het hof volgde de inspecteur en oordeelde dat de kosten niet drukken op het inkomen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, Wet IB 1964. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aftrek van kosten van de echtgenote werd geweigerd.