ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7991
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek van kosten levensonderhoud studerende zoon bij recht op basisbeurs
Belanghebbende voerde beroep aan tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1997, waarbij hij aftrek van kosten levensonderhoud van zijn studerende zoon claimde. De zoon had in het studiejaar 1996/1997 door ziekte niet het vereiste aantal studiepunten behaald, waardoor toegekende basis- en aanvullende beurs werden omgezet in een lening. Dit leidde tot een studieschuld, maar op de peildata had de zoon nog recht op de basisbeurs.
Het hof oordeelde dat op grond van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 de feitelijke situatie op de eerste dag van elk kalenderkwartaal beslissend is voor de aftrek. Omdat de zoon op die peildata recht had op studiefinanciering, kon belanghebbende geen aftrek van buitengewone lasten claimen. De latere omzetting van beurs in lening en het ontstaan van een studieschuld wijzigde niets aan deze situatie.
Het hof wees ook op het feit dat de uitgaven door belanghebbende pas in 1998 werden gedaan, na de beslissing van de Informatie Beheer Groep. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing leidden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; geen aftrek van kosten levensonderhoud van studerende zoon.