ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7985
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen oneigenlijke verhoging arbeidskostenforfait in inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de correctie door de inspecteur van een oneigenlijke verhoging van het arbeidskostenforfait in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997. De Hoge Raad had geoordeeld dat deze verhoging in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, maar dat het voorzien in dit rechtstekort aan de wetgever moest worden overgelaten.
Het Hof volgt dit oordeel en oordeelt dat een wetsvoorstel dat de ongelijkheid opheft niet met terugwerkende kracht geldt. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat niet aannemelijk is dat vergelijkbare gevallen anders zijn behandeld. Ook het vertrouwensbeginsel kan hem niet baten.
Daarnaast is het beroep op onbehoorlijk bestuur wegens vertraagde beslissing op het bezwaarschrift ongegrond, aangezien de inspecteur het bezwaar op verzoek van belanghebbende aanhield tot het arrest van de Hoge Raad. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de correctie van de oneigenlijke verhoging van het arbeidskostenforfait wordt ongegrond verklaard.