ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7984
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Geen strijd met gelijkheidsbeginsel bij lagere KabNa-aftrek voor ongehuwden uitgezonden naar Curaçao
Belanghebbende was van juni 1996 tot mei 1998 uitgezonden naar Curaçao voor technische bijstand en ontving naast salaris een buitenlandtoelage. Hij bracht in zijn aangifte een KabNa-aftrek als beroepskosten in mindering, waarbij hij stelde dat de aftrek voor gehuwde collega’s hoger was en dat dit verschil in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
Belanghebbende voerde aan dat hij feitelijk en rechtens in dezelfde omstandigheden verkeerde als zijn gehuwde collega’s, die vergelijkbare werkzaamheden verrichtten en een vergelijkbaar salaris ontvingen. Hij stelde dat het ontbreken van onderscheid in de wet- en regelgeving tussen gehuwden en ongehuwden bewust beleid was en dat minder gunstige arbeidsvoorwaarden niet tot minder gunstige fiscale behandeling mochten leiden.
De inspecteur verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd bevestigd dat de gezinssamenstelling relevant is voor de KabNa-aftrek en stelde dat er geen sprake was van feitelijk en rechtens gelijke gevallen. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij vergelijkbare uitgaven had als gehuwde collega’s en dat het verschil in aftrek niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De stelling dat de vergoedingen bovenmatig zijn, deed hieraan niet af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verschil in KabNa-aftrek tussen gehuwden en ongehuwden is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.