ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7980
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van Loon
- Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvrijstelling bij aanmerkelijk belang in houdstermaatschappijen
Belanghebbende bezit een aanmerkelijk belang in drie vennootschappen, waaronder D B.V. en F B.V. Het geschil betreft de vraag of deze vennootschappen kwalificeren als lichamen waarvan de feitelijke werkzaamheid bestaat uit beleggen van vermogen, waardoor de ondernemingsvrijstelling van toepassing zou zijn.
Het Hof stelt vast dat de geconsolideerde activiteiten van D B.V. en haar dochter E B.V. vrijwel geheel bestaan uit verhuur van onroerende zaken en dat de vermeende projectontwikkelingsactiviteiten onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Ook de pensioenverzekeringsactiviteiten zijn van ondergeschikt belang. Voor F B.V. geldt dat haar activiteiten niet meer omvatten dan beleggen van vermogen, mede omdat het bestaan van een overeenkomst voor advieswerkzaamheden niet aannemelijk is gemaakt.
Het Hof concludeert dat de ondernemingsvrijstelling niet van toepassing is op de aandelen die belanghebbende houdt in D B.V. en F B.V. en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.