ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7975
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Belemmering van het vrije kapitaalverkeer door fiscale behandeling leveringsverplichting onroerende zaken
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige die in 1991 naar België emigreerde, verkocht in 1990 het economische belang van zijn onroerende zaken in Nederland aan besloten vennootschappen, zonder levering van de juridische eigendom. De vraag was of zijn leveringsverplichting tot overdracht van deze eigendom als binnenlandse schuld in de vermogensbelasting moest worden beschouwd.
Het Hof stelde vast dat deze leveringsverplichting onlosmakelijk verbonden is met de verkoop van het economische belang en daarmee onderdeel is van het communautaire kapitaalverkeer. Het niet als schuld erkennen van deze verplichting voor buitenlandse belastingplichtigen leidt tot een belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer zoals beschermd door het EG-Verdrag.
De inspecteur voerde aan dat dit onderscheid gerechtvaardigd was vanwege verschillen in fiscale positie en samenhang met de inkomstenbelasting, maar het Hof verwierp deze argumenten. Het Hof concludeerde dat de regeling indirecte discriminatie naar nationaliteit inhoudt en in strijd is met het EG-Verdrag.
Het gevolg is dat de leveringsverplichting moet worden meegenomen bij de bepaling van het binnenlandse vermogen van belanghebbende, wat leidt tot een aanzienlijke vermindering van de aanslag. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de leveringsverplichting als binnenlandse schuld moet worden aangemerkt, waardoor de aanslag wordt verminderd tot een binnenlands vermogen van f 450.000.