ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7752
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Schaap
- Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van winstuitdeling door vermindering rekening-courantschuld na cessie en kwijtschelding
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, had een schuld aan de BV die in 1991 met 675.000 gulden werd verminderd na een cessie-overeenkomst en een kwijtscheldingsovereenkomst met een derde, B. B had risicokapitaal aan de BV verstrekt, maar had een groot deel van zijn vordering als verlies genomen. De inspecteur kwalificeerde de vermindering van de schuld als een bewuste winstuitdeling en legde een navorderingsaanslag op.
Het Hof onderzocht de feiten en concludeerde dat B pas akkoord ging met de overdracht van zijn vordering nadat hij het verlies had genomen, waardoor de vordering feitelijk was tenietgegaan. De BV en belanghebbende waren zich hiervan bewust en hebben door de schuldvermindering een winstuitdeling aan de aandeelhouder gerealiseerd. De stellingen van belanghebbende dat de cessie eerder plaatsvond of dat de vermindering op zakelijke gronden was, werden verworpen.
De discussie over de exacte datum van de kwijtschelding en de betrouwbaarheid van verklaringen van B en de adviseurs was niet doorslaggevend. Het Hof bevestigde de uitspraak van de inspecteur en wees het beroep van belanghebbende af. Proceskosten werden niet aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de vermindering van de rekening-courantschuld een bewuste winstuitdeling is en verklaart het beroep ongegrond.