ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7740
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Waardering bedrijfspand bij staking onderneming rekening houdend met zelfbewoning
Belanghebbende dreef een groenten-, fruit- en levensmiddelenhandel in een pand dat tevens als woonruimte diende. Na staking van de onderneming bleef belanghebbende het pand met zijn gezin bewonen. De inspecteur had het pand gewaardeerd op de getaxeerde onderhandse verkoopwaarde van ƒ228.500,-, terwijl belanghebbende een lagere waardering van 60% daarvan aanvoerde.
Het geschil betrof de juiste waardering van het pand bij staking van de onderneming, waarbij rekening gehouden moest worden met de zelfbewoning. Het Hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad dat zelfbewoning een waardedrukkende omstandigheid kan zijn. Het Hof concludeert dat de waarde van het pand niet zonder meer de getaxeerde verkoopwaarde is, maar lager moet worden vastgesteld.
Na beoordeling van de feiten, waaronder de leeftijd van belanghebbende en zijn gezin, de aankoopkosten en de marktwaarde bij langdurige verhuur, stelt het Hof de waarde van het pand vast op ƒ155.000,-. Dit leidt tot een vermindering van het belastbare inkomen en daarmee van de aanslag. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd door het pand lager te waarderen op ƒ155.000,- vanwege zelfbewoning.