ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7733
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Kwantes
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag liggeld woonschepen wegens onvoldoende duidelijkheid precariobelastingverordening
Belanghebbende was aangeslagen voor liggeld voor zijn woonschip op grond van de Precariobelastingverordening binnenstad en westelijk havengebied 1998. De aanslag bedroeg f 1.398,40 en was gebaseerd op een tarief per vierkante meter ligplaats. Belanghebbende betwistte de aanslag en voerde aan dat het liggeld een recht betrof ingevolge artikel 229 Gemeentewet Pro, terwijl verweerder stelde dat het een belasting was op grond van artikel 228 Gemeentewet Pro.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag moest worden aangemerkt als een precariobelasting of als een recht, en of de verordening voldoende duidelijkheid bood over de grondslag van de heffing. Het hof concludeerde dat de verordening geen duidelijke aanwijzing gaf of het liggeld op grond van artikel 228 of Pro 229 Gemeentewet werd geheven. Ook het aanslagbiljet bood geen aanknopingspunt om dit te kunnen beoordelen.
Het hof oordeelde dat dit gebrek aan duidelijkheid niet voldoet aan de eisen van artikel 217 Gemeentewet Pro, die voorschrijft dat belastingverordeningen zodanig moeten zijn opgesteld dat de belastingplichtige de juistheid van de aanslag kan toetsen. Daarom ontzegde het hof de verordening verbindende kracht en vernietigde de aanslag en de uitspraak van de inspecteur.
Proceskosten werden niet toegekend omdat belanghebbende geen beroep had gedaan op professionele rechtsbijstand. Het hof gelastte de vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag liggeld voor woonschepen wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijkheid in de precariobelastingverordening.