ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7725
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat hoge studiekosten tot kosten van levensonderhoud behoren
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997, waarbij hij buitengewone lasten wilde aftrekken voor kosten van levensonderhoud van zijn studerende dochter. De dochter volgde een dure vliegopleiding en financierde de studiekosten zelf via een lening. Belanghebbende bracht een bedrag aan kosten van levensonderhoud in aftrek, maar de Belastingdienst corrigeerde dit.
Het geschil draaide om de vraag of de door de dochter betaalde studiekosten tot de kosten van levensonderhoud behoren. Het Hof oordeelde dat studiekosten, ook als zij door het kind zelf worden betaald, onder het begrip kosten van levensonderhoud vallen volgens artikel 9 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990.
Daarnaast verwierp het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de hoge studiekosten een wezenlijk andere financiële situatie creëren dan bij een doorsnee-opleiding, waardoor het verschil in aftrekbare bedragen niet onevenredig is.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de correctie van de Belastingdienst. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.