ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7711
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek verhuiskosten bij vestiging houdster-BV op woonadres zonder zakelijke motieven
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van Holding BV, verhuisde in maart 1997 met zijn gezin van T naar Z, waarbij ook de vestigingsplaats van Holding BV naar de nieuwe woning werd verplaatst. De Belastingdienst weigerde de aftrek van verhuiskosten omdat de vestigingsplaats van de BV louter werd bepaald door de woonplaatskeuze van belanghebbende.
Het geschil betrof de vraag of de verhuizing zakelijk was ingegeven en daarmee aftrek van verhuiskosten rechtvaardigde op grond van artikel 7b, eerste lid, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990. Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat zakelijke motieven de verhuizing bepaalden. De woning in Z werd al in september 1996 gekocht, terwijl de opdrachtrelatie met de nieuwe opdrachtgever E BV pas in 1997 ontstond.
Belanghebbende voerde aan dat zijn arbeidsplaats de vestigingsplaats van Holding BV was, maar het hof vond dat de feitelijke werkzaamheden zich in Midden-Nederland afspeelden en dat de verhuizing vooral persoonlijke redenen had. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Proceskosten werden niet toegewezen aan de verweerder. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op aftrek van verhuiskosten wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.