ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7706
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Faase
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na geschil over taxatie en verbeteringen
Belanghebbende was eigenaar van een vrijstaande woning die in 1994 en 1995 verkocht werd. De WOZ-waarde was vastgesteld op ƒ 871.000, maar belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van ƒ 750.000 voor. Verweerder handhaafde de hogere waarde en voerde verbeteringen aan die een waardestijging zouden rechtvaardigen.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de eerdere uitspraak op bezwaar niet door de bevoegde ambtenaar was gedaan, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Belanghebbende voerde aan dat de taxatie onvolledig was en dat de verbeteringen minimaal waren, terwijl verweerder stelde dat er aanzienlijke verbouwingen waren die de waarde verhoogden.
Het hof oordeelde dat geen van beide partijen de juiste waarde aannemelijk had gemaakt. Verweerder had onvoldoende bewijs geleverd van de verbeteringen en de waardestijging, terwijl belanghebbende zijn voorgestelde waarde ook niet aannemelijk kon maken. Het hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op ƒ 855.000, rekening houdend met eerdere verkoopprijzen en vergelijkbare woningen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd gedaan door mr. Faase op 5 april 2000.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op ƒ 855.000 en de bestreden uitspraak wordt vernietigd.