ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7628
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing op uit Amerikaanse sociale zekerheidsuitkering
Belanghebbende, wonende in Nederland, ontving in 1997 naast een AOW-uitkering ook een sociale zekerheidsuitkering uit de Verenigde Staten. De Belastingdienst legde hierover inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, waarbij een forfaitaire arbeidskostenaftrek werd toegepast en een evenredige toerekening van de belastingvrije som aan het buitenlandse inkomen plaatsvond.
Belanghebbende stelde dat op grond van artikel 19, vierde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten deze uitkering niet in Nederland belast mocht worden en dat de toegepaste methode in strijd was met het discriminatieverbod. Het hof oordeelde dat hoewel de VS het exclusieve heffingsrecht heeft, Nederland deze uitkering wel in de grondslag mag betrekken en via een vrijstellingsmethode dubbele belasting voorkomt.
De toegepaste evenredigheidsbreuk houdt rekening met aftrekposten die niet aan specifieke inkomstenbronnen kunnen worden toegerekend. Het hof vond dat de wijze van belastingberekening niet discriminerend is, omdat de verschillende fiscale posities van belastingplichtigen met en zonder Amerikaanse sociale zekerheidsuitkering rechtvaardigen dat de belastingvrije som evenredig wordt toegerekend.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de Nederlandse belastingheffing op de Amerikaanse sociale zekerheidsuitkering wordt ongegrond verklaard.