ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7531
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Faase
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag vennootschapsbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een vennootschap die buitenlandse deelnemingen houdt en financiert, kreeg een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over het jaar 1995. De aanslag, gedagtekend 31 december 1998, werd verzonden aan de bestuurder van belanghebbende. De gemachtigde van belanghebbende werd pas op 15 april 1999 op de hoogte gesteld van het bestaan van deze aanslag.
Het bezwaarschrift werd echter pas op 1 juli 1999 ontvangen door de inspecteur, ruim na de wettelijk gestelde termijn van zes weken. Belanghebbende stelde dat eerdere correspondentie als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat de inspecteur verplicht was een kopie van de aanslag aan de gemachtigde te zenden. Het hof verwierp deze argumenten, stellende dat de termijnoverschrijding niet kan worden gecompenseerd en dat er geen wettelijke verplichting tot toezending van een kopie aan de gemachtigde bestaat.
Het hof concludeerde dat ondanks de vertraagde kennisname van de aanslag door de gemachtigde, het bezwaar niet tijdig is ingediend en dat geen uitzonderingssituatie van artikel 6:11 Awb Pro van toepassing is. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de inspecteur werd dan ook bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.