ECLI:NL:GHAMS:1999:AN4772
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- J.W.M. Tijnagel
- J. Heemskerk
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing boekingsvrijstelling douanerechten onder 10 ECU bij vereenvoudigde aangifteprocedure
Belanghebbende, handelend in optische meetinstrumenten uit de Verenigde Staten, maakte gebruik van de vereenvoudigde douaneaangifteprocedure waarbij goederen in een douane-entrepot worden opgeslagen en maandelijks een aanvullende aangifte wordt gedaan. Belanghebbende betwistte de heffing van douanerechten over juli 1997, specifiek het deel waarvan de individuele rechten per hoeveelheid minder dan 10 ECU bedroegen, en vorderde vermindering van het totaalbedrag.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 868 UCDW Pro en artikel 57 DB Pro, die bepalen dat bedragen onder 10 ECU niet hoeven te worden geboekt, en de vraag of deze vrijstelling ook geldt bij de vereenvoudigde procedure waarbij de boeking van alle inschrijvingen in één totaalbedrag plaatsvindt. Belanghebbende stelde dat elke afzonderlijke inschrijving een individuele douaneschuld vormt en dat de vrijstelling per inschrijving moet worden toegepast.
De inspecteur stelde dat bij de vereenvoudigde procedure de boeking van het totaalbedrag plaatsvindt en dat als dit totaal boven 10 ECU uitkomt, de vrijstelling niet van toepassing is. De Tariefcommissie oordeelde dat de systematiek van de vereenvoudigde procedure en de nationale uitwerking in artikel 57 DB Pro dit standpunt ondersteunt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de verschillende aangifteprocedures bewust verschillende behandelingen kennen.
De Tariefcommissie bevestigde de uitspraak van de inspecteur en wees het beroep af. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werden niet noodzakelijk geacht. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de heffing van douanerechten wordt afgewezen en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.