ECLI:NL:GHAMS:1999:AL3538
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- J.W.M. Tijnagel
- K. Kooijman
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Indeling van Stafac 500 (virginiamycine) onder douanetariefpost 2941 90 00 bevestigd
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde Stafac 500, een antibioticum met het actieve bestanddeel virginiamycine, in en voerde bezwaar aan tegen de indeling van het product onder douanetariefpost 2309 90 93 door de inspecteur. Belanghebbende stelde dat het product geen prémélange is, maar een gestandaardiseerd antibioticum, waarbij de toegevoegde calciumverbindingen uitsluitend dienden om het fermentatieproces te stoppen.
De inspecteur stelde dat de toegestane marges voor toevoegingen waren overschreden en dat het product daarom niet onder hoofdstuk 29 kon worden ingedeeld, maar onder post 2309 90 93. De Tariefcommissie hechtte geloof aan de stelling van belanghebbende en concludeerde dat de toegevoegde stoffen het karakter van antibioticum niet aantasten.
Op basis van laboratoriumonderzoek en de toelichting op het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) oordeelde de commissie dat Stafac 500 moet worden ingedeeld onder post 2941 90 00. De uitspraak van de inspecteur werd vernietigd en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
De zaak illustreert de toepassing van douanewetgeving op veterinaire antibiotica en de interpretatie van classificatieregels bij mengsels en standaardisatieprocessen.
De beslissing werd genomen door de Tariefcommissie van het Gerechtshof Amsterdam op 31 augustus 1999 en openbaar uitgesproken op 14 november 2000.
Uitkomst: Stafac 500 wordt ingedeeld onder douanetariefpost 2941 90 00 en het besluit van de inspecteur wordt vernietigd.