ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8197
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Holdert
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt aanslag inkomstenbelasting 1993 wegens onvoldoende bewijs rente-inkomsten
Belanghebbende, een in Nederland wonende Marokkaanse staatsburger, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 1993, waarbij de inspecteur rente-inkomsten van f 13.000 had toegevoegd. Deze aanslag was gebaseerd op bankafschriften uit 1995 die een hoog saldo op een rekening op naam van belanghebbende bij een Marokkaanse bank toonden. Belanghebbende betwistte dat hij eigenaar was van het tegoed en stelde dat het geld van zijn vader was, die het spaargeld op zijn rekening had laten beheren.
Tijdens de procedure verklaarden zowel belanghebbende als zijn vader dat het geld aan de vader toebehoorde en dat het in 1996 aan hem was uitbetaald. Er waren echter wisselende en onderling niet geheel overeenstemmende verklaringen, waardoor twijfel ontstond over de juistheid van de stellingen. Het hof oordeelde dat de enkele omstandigheid dat het banktegoed in 1995 op naam van belanghebbende stond, onvoldoende is om aan te nemen dat hij in 1993 ook rente heeft genoten.
Het hof concludeerde dat de inspecteur onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om aannemelijk te maken dat belanghebbende in 1993 rente heeft genoten. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag en de uitspraak van de inspecteur vernietigd, en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aanslag inkomstenbelasting 1993 wegens onvoldoende bewijs dat belanghebbende rente heeft genoten.