ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8188
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering landbouwgrond voor vermogensbelasting bij toekomstige bestemmingswijziging
Belanghebbende, een rundveehouder, betwistte de waardering van zijn landbouwgrond in de vermogensbelasting 1996. De inspecteur had de waarde verhoogd met een bedrag gerelateerd aan een toekomstige bestemmingswijziging naar niet-agrarisch gebruik. Belanghebbende stelde dat de grond slechts op agrarische waarde moest worden gewaardeerd.
Het Hof stelde vast dat de grond op 1 januari 1996 agrarisch was bestemd, maar dat op die datum reeds een stadsuitbreidingsplan bestond dat vanaf 2003/2004 een niet-agrarische bestemming voorzag. De wijziging zou naar verwachting uiterlijk in 2005 worden gerealiseerd. Het Hof volgde de Hoge Raad dat in dergelijke gevallen de waarde moet worden bepaald op de verkoopwaarde in vrij opleverbare staat minus het gebruiksrecht van agrarische grond.
De waarde werd vastgesteld op f 10,50 per m² voor niet-agrarische bestemming minus f 5,30 per m² voor het gebruiksrecht, resulterend in een waarde van f 1.329.868. Dit was hoger dan de door de inspecteur gehanteerde waarde van f 1.062.320, die dus niet te hoog was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vermogensbelasting 1996 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.